© 2017-2019 Ethics & Finance

Relationaliteit als basisprincipe voor het organiseren van het economisch leven

Donderdag 9 juni 2016
SBI/Landgoed Zonheuvel, Amersfoortseweg 98, Doorn

Terugblik

Openingswoorden door Jos van Gennip

Volgens Van Gennip vult dit symposium een gat dat in de christelijk-sociale beweging is gevallen. Ten eerste: ongeveer 2 jaar na het nieuwe elan van het congres van 1991 heeft het Convent van christelijk-sociale organsiaties zich opgeheven. Daarmee is, ten tweede, de vraag naar hoe het sociale markt model kan overleven, blijven liggen. Er is sindsdien veel over sociale zaken gesproken en over maatschappelijke initiatieven en filantropie, maar de vraag over ethiek en economie is op de achtergrond geraakt. Ondertussen is er onbehagen alom over schaalvergroting, rationalisering, financialisering: “Het gaat zo niet langer.” Daarmee rijst dan, ten derde, de vraag naar een alternatief, een heruitvinden van de sociale markt. Is dat mogelijk? Daarover gaat het relationele mensbeeld dat in het visie-document “De kracht van verbondenheid” wordt beschreven.

Keynote lezing door Johan Graafland

De homo economicus staat nu in de economie centraal, niet de aan de mens eigen solidariteit. Maar het negatieve mensbeeld dat heerst is een zelfvervullende profetie. Als je de mens als een te sturen object beschouwt, gaat die mens calculeren. Een relationele visie is daarom heel relevant.

De economie hangt af van arbeidsdeling, tussen je collega’s en met anderen en vreemdelingen; al in de griekse oudheid werd daarmee verbonden dat je dus ook respect moest hebben voor buitenlanders. De markt kan veel goed regelen, maar als die niet goed werkt, moet die ingebed zijn in een context van vertrouwen. Vertrouwen zorgt er bijvoorbeeld voor dat je aan een prisoners dilemma kunt ontstijgen. Het gaat hier om een “cooperatief kapitalisme” waarin je de collectieve belangen op een hoger niveau regelt, op een hoger niveau dan de concurrentie tussen spelers op de markt. Met zulk vertrouwen kan je bijvoorbeeld collecteive rustmomenten afspreken zodat er voor iedereen ook sociale interactie mogelijk is en mensen elkaar kunnen ontmoeten. Je kunt daarmee ook insitituties rond schuldenkwijtschelding regelen, kortom instituties onderhouden waarin mensen verantwoordelijkheid voor elkaar nemen en een relatie met elkaar aangaan. Instituties kunnen relaties bevorderen.

Relationaliteit leidt ook tot mensen-manaagement, waarin de mensen centraal staan en zij niet een instrumenteel middel zijn tot een doel. Bedrijven met een externe oriëntatee (dus die andere stakeholders meebetrekken in hun bedrijfsvoering) en een participatieve management stijl, doen ook het meest aan MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen).

Maar dan de cynische werkelijkheid van Volkswagen, die auto’s verkocht die alleen de índruk gaven dat ze aan de normen voor schonere auto’s voldeden: is het niet dat het het in de mooie woorden allemaal toch maar om het gewin gaat? Het blijkt dat externe prikkels interne motieven niet uithollen – als een bedrijf ziet dat zij in omzet en winst floreren, wordt ook de intrinsieke motivatie om door te gaan versterkt. En zonder externe resultaten, gaat de intrinsieke motivatie ook ter ziele. De verantwoordelijkheid voor MVO wordt opgepakt als het financieel kan.

Inkomens ongelijkheid heeft een negatieve relatie met geliuk, maar de hoogte van het inkomen heeft tot zekere hoogte een positieve relatie. Materiële vooruitgang blijft een belangrijk motief voor mensen. Als van hoog tot laag in een bedrijf de eigen portemonnee belangrijk vindt, is zo’n bedrijf aantoonbaar robuster in tijden van crisis.

Hoe gaan we met de ondeugd om? Enerzijds is er Mandeville en de fabel van de bijen (private zonden, publiek welbevinden), anderzijds is er Adam Smith die niet van ondeugden wil spreken, maar de onzichtbare hand aan het werk ziet. De Bijbel vehaalt hoe het onderdruken van het kwaad contraproductief kan zijn, als je met het onkruid ook het zaaigoed uit de grond trekt. En ook Adam Smith leunt op ondeugden als hij de ondeugd van de afgunst benoemt die stimuleert tot beter werken. Waarmee ook gezegd is dat Adam Smith niet zo makkelijk voor óns karretje van moraliteit en markt te spannen is als we denken.

Vertrouwen is het begin, sancties zijn ook nodig als dat vertrouwen beschaamd wordt. De cultuur van een economie bepaalt uiteindelijk op welke manier relationeel denken vorm krijgt.

Workshops met Risco Balkenende -- zeggenschap en winstdeling;
Albert Weishaupt – als onderwijs een productieeenheid wordt, dan verdwijnt het;
Ted van den Bergh – mensen hebben elkaar nodig om mens te worden in broederlijkheid.

Overhandigen CSC-Visiedocument
“De kracht van verbondenheid”

Sprekers

Prof. dr. Johan Graafland is hoogleraar 'Economie, Onderneming en Ethiek' aan de Universiteit van Tilburg.
https://www.tilburguniversity.edu/nl/webwijs/show/j.j.graafland_nl.htm

Dr .Albert Weishaupt is bestuurder van het Roelof van Echtencollege in Hoogeveen en lector op de Stenden Hogeschool in Leeuwarden.
http://www.voion.nl/downloads/fd3e70ec-ceaf-4348-a809-dc0d9aeeb042

De heer Risco Balkenende is algemeen manager van de Breman Installatiegroep.
http://www.breman.nl/nieuwsitem.html&nid=128

Drs. Ted van den Bergh is directeur van Triodos Foundation en sinds 1987 betrokken bij de ontwikkeling van de Triodosbank.
http://yourlab.nu/longreads/interviews/ted-van-den-bergh/

Mevrouw Josine Westerbeek-Huitink is voorzitter van de Stichting Christelijk-Sociaal Congres

Mr. Jos van Gennip is voorzitter van de Stichting Socires en voorzitter van de Visiecommissie voor de Jubileumconferentie 125 jaar Christelijk-Sociaal Congres.

Achtergrond

Het kerninzicht van het christelijk-sociaal denken is dat mensen elkaar nodig hebben om zich creatief, sociaal en moreel te ontwikkelen; om mens te worden. In ontmoetingen en verbanden ervaart de mens erkenning en waardering als persoon, en als lid van een groep wordt hij uitgedaagd, op de proef gesteld en ter verantwoording geroepen, scherpt hij zijn creativiteit en oordeelsvermogen, wordt het ik gevormd en worden morele houdingen geleerd en ingeoefend, zoals empathie, zorgzaamheid, loyaliteit, commitment en wilskracht.

In relaties kunnen mensen elkaar helpen en bijstaan, elkaar uitdagen en aanspreken op hun inzet voor elkaar, voor de ander en voor het wijdere verband waarvan ze deel uitmaken. Juist het verschil tussen mensen  is aanleiding om betrekkingen met anderen aan te knopen; we zijn op elkaar aangewezen, we hebben elkaar nodig. Zo kan een functioneel verband, een organisatie, zich ontwikkelen tot een gemeenschap, en een samenraapsel van individuen tot een samenleving.

Daarom is relationaliteit het kernprincipe van het christelijk-sociale denken: zie en hanteer functionele betrekkingen als kostbaar motief en vehikel voor ontmoeting, voor menswording (humanisering) en voor gemeenschaps- en samenlevingsvorming.

Verkenning

Onze manieren van organiseren zijn onpersoonlijker, systemisch geworden.

In het economisch leven speelt dat met name op vier niveaus:
- in de onderneming: hiërarchie, sturing van geïndividualiseerde functies d.m.v. planning&control cyclus m.b.v. geconditioneerde beloningsprikkels ; werknemers als human resource.
- in de financiering van bedrijven: via beursnotering, aandelenemissies ,investeringsfondsen , etc.
- in de werking van de markt: concurrentie ontspoort in o.a. hebzucht, wantrouwen en elkaar van de markt afdrukken.
- in de levering van goederen en diensten: de klant als louter object van marketing en winstmaximalisatie. Zijn werkelijke behoeften doen er minder toe , evenmin als de werkelijke kwaliteit van voor hem bestemde goederen en diensten.

Relationeel organiseren

Maak functionele relaties in het economisch domein ook en meer persoonlijk, tot een ontmoeting tussen mensen en een vehikel voor de ontwikkeling van hun creatieve, morele en sociale vermogens.

Dat is goed voor mensen, voor hun verbanden en voor de economische activiteiten.

De uitdaging

De uitdaging is om manieren van organiseren te bedenken of te signaleren, te ontwikkelen en te oefenen, waarop de activiteiten in het economisch domein - zoals het sturen van een onderneming, het stellen van doelen en het plannen van processen, het organiseren van werkzaamheden in de onderneming; investeren, financieren; en het voortbrengen en leveren van goederen en diensten - zoveel mogelijk ook materie en motieven zijn voor intermenselijke relaties.

Op de drie niveaus:
- In de onderneming: overleg in platte organisaties, common purpose en zelfsturende teams, verantwoordelijkheid laag in de organisatie leggen naar teams van professionals met veel discretionaire ruimte.
- Rond de onderneming: financiering personaliseren, joint venture, crowd funding; social enterprises in de lokale omgeving.
- In de markt: wederkerigheid, coöperatie , duurzame kwaliteit.